Gran Canaria en Halloween

Wandelen langs kruisen en graven

Het kruis is het symbool van het christendom par excellence. Jezus Christus is aan een kruis gestorven. De kruisiging werd waarschijnlijk in de 6e eeuw v. Chr. uitgevonden door de Perzen. De pijnlijke straf verspreidde zich vanuit Perzië over het Middellandse Zeegebied en was met name bijzonder geliefd bij de Romeinen. Kruisiging was een zware straf, volgens de Romeinse redenaar Cicero zelfs ‘de wreedste en meest walgelijke’ die er bestond.

Op het eiland Gran Canaria wordt het cultureel erfgoed verrijkt met honderden kruisen. Na de Spaanse verovering gold het kruis als teken van evangeliseren en onderwerping.

Er werden ook kruisen opgetrokken om boze geesten en heksen op een veilige afstand te houden. Het mooiste voorbeeld is la Cruz de Maria in het Tamadabawoud.

Het bevindt zich op een eenzame plaats waar, volgens de legende, de duivel in de gedaante van een paard verscheen. Heksen zouden er in het nevelwoud, omringd door mist en mysterie, akelarres* gehouden hebben. Anno 2021 ligt het kruis er een beetje luguber bij. De brand van 2019 heeft een spoor van vernieling door het woud getrokken. Duizenden zwartgeblakerde bomen creëren de sfeer van een nucleaire winter met als enige overlevende: la Cruz de María. 

Op verschillende plaatsen werden kruisen opgetrokken om de nabijheid van een dorpje of gehucht aan te kondigen. Een mooi voorbeeld is “la Cruz de las Mentiras” oftewel het “Kruis der Leugens” in de buurt van het dorpje Las Arvejas, in de gemeente Artenara. Er is echter niemand die nog kan uitleggen waar deze merkwaardige naam vandaan komt. 

Langs de “caminos” die de verschillende gemeentes verbonden, golden de kruisen ook als rustplaats. Dit voor zowel de levenden die met paard en kar goederen vervoerden als voor de overledenen. Bij de “calvarios” langs de weg en op de kruispunten hielden de begrafenisstoeten halt. De vier mannen die de kist droegen, konden zo even op adem komen. Na de begrafenis werd diezelfde kist weer terug naar het gehuchtje gedragen, deze keer leeg. Op een vaste plaats, vaak een grot, werd ze bewaard totdat het volgende sterfgeval zich aankondigde. De af te leggen afstand was vaak tergend groot. Uit het dorpje Mogán, dat tot in de 19de eeuw nog grotendeels tot de gemeente Tejeda behoorde, vertrok de stoet via Ayacata naar het kerkhof in Tejeda. Het dodenpad dat Ayagaures met Tunte verbond, was nog zo’n kuitenbijter. De legende vertelt dat wanneer een inwoner van Ayagaures het loodje legde, de mannen zich ervanonder muisden en zich in de bergen verstopten. 

Het meest emblematische kruis van het eiland ligt op een hoogte van 1560m, net op de meteorologische grens tussen het warme zuiden en het koelere, vochtigere groene Noorden: Cruz de Tejeda. 

Op de lokale bevolking werkt Cruz de Tejeda als een magneet. Terwijl los canarios tijdens de zomermaanden met duizenden naar de stranden drommen, schrijft de traditie voor om de wintermaanden naar “La Cumbre” te trekken. La Cumbre is een verzamelnaam voor het centrale massief waar de hoogste bergtoppen zijn. De bergpas is steeds een belangrijk kruispunt geweest van verschillende caminos reales. Er werd druk handel gevoerd tussen de barranqueros** uit het zuiden en de boeren uit het noorden. Vandaag zijn er verschillende kraampjes die allerlei lokale lekkernijen verkopen, ezeltjes die de meest gewillige toeristen een ritje aanbieden en enkele gezellige bars. Scherpenheuvel a lo canario. Cruz de Tejeda wordt vaak als het geografische centrum van Gran Canaria aangeduid. Maar ook deze stelling dient te worden ontkracht. Het echte geografische centrum ligt een vulkaankegel verder en luistert naar de klinkende naam “Monte Constantín”. Op de top van deze vulkaankegel pronkte ooit “la Cruz de Constantín“. Toen in 1759 Carlos III tot koning werd gekroond, werden in vele delen van Spanje kroningskruisen geplaatst. Ook het hart van Gran Canaria kreeg zijn exemplaar.

Onze wandeling langs kruisen en graven begint aan Cruz de Tejeda. Het pad leidt ons langs Monte Constantín met zijn verdwenen kruis naar de bergpas van de duiven oftewel La Degollada de Las Palomas. De zachte, glooiende heuvels die zo kenmerkend zijn voor het landschap in deze uithoek van het eiland, zijn in de jaren ´50 bebost met pijnbomen. Artenara heeft haar grasweiden toen geruild voor bossen. Aan de voet van la Montaña de Moriscos, waar ooit Morenslaven schapen- en geitenkuddes hoedden, te midden van een donker dennenbos verrast een wit kruis een niets vermoedende wandelaar: la Cruz de los Moriscos. Cristobál Perera Rodriguez was een diepgelovige kaashandelaar uit Arucas die wekelijks kaas in Artenara ging inkopen. Zijn tochten zijn decennialang vlekkeloos verlopen en uit dank voor de goddelijke bescherming die hij genoot, heeft hij met eigen middelen dit magische kruis laten bouwen. In juni 1913 werd het kruis gewijd, toen nog te midden van grasweides waar het feest geanimeerd werd door paardenrennen, danspartijen en worstelwedstrijden. 

De volgende statie van onze kruisweg is los Pinos de Gáldar. Deze krater geldt als één van de laatste vulkaanuitbarstingen van het eiland maar was ook het scenario van een moord met voorbedachte rade. José Ezequil Navarro, een apotheker, had in het begin van de 20ste eeuw een fortuin vergaard in Cuba. In de late avond van 12 september van 1916 wachtten zijn moordenaars hem op en in de eenzaamheid van de Los Pinos de Gáldar sloegen ze toe. Nadat zijn belagers hem van zijn waardevolle voorwerpen hadden beroofd en hem naar de eeuwige jachtvelden hadden gestuurd, begroeven ze hem op een plek die nu bekend staat als “la Cruz del Boticario***”. Ze begroeven hem echter niet diep genoeg zodat de aasgieren zich al snel tegoed deden aan zijn stoffelijke resten. Het kruis herdenkt de moord en staat op de plaats waar het lijk werd gevonden. De brand van 2019 heeft het kruis echter niet gespaard. 

Onze laatste statie is la Cruz del Cabezo.

Dit kruis siert één van de belangrijkste routes in de transhumance of veetrek. “El cabezo”, zoals het lokaal wordt genoemd, wordt omringd door een cirkelvormige muur waar het vee in werd verzameld. El cabezo ligt ook op de Jacobsweg die Tunte met Gáldar verbindt. De traditie schrijft voor dat voorbijgangers een steentje op de armen van het kruis leggen. Het steentje stelt de zonde voor die bij het kruis wordt achtergelaten. De volgende pelgrim dient, vooraleer hij er zelf eentje neerlegt, een steentje van het kruis te nemen en op de grond te smijten. “La carga y la descarga de la cruz”, heet het gebruik in het Spaans. Al wandelend nemen we de zonden van de wereld weg!

Deze wandeling wordt op donderdag 25 november 2021 aangeboden. 

Afstand: 12,5 km. Daling: 910 m. Stijging: 290 m.

Prijs: 55,00 EUR pp. In de prijs inbegrepen: vervoer uit Maspalomas, gidsservice (officiële gids van de Canarische regering en berggids), water, verzekeringen.

akelarres: heksensabbath

** barranqueros: mensen die in ravijnen oftewel barrancos wonen

*** boticario: apotheker