Zwaakse-Weel

De Zwaakse Weel

Zoals ieder jaar trokken we ook dit voorjaar er op uit voor een wandeling langs de Zwaakse Weel en de bloemendijken in Zeeland.

Begin mei waren we al een keer hier geweest, maar helaas heeft de natuur een achterstand van 3 tot 4 weken en was de natuur nog gedeeltelijk in ruste.
Afgelopen week echter was het ideale moment om de wandeling te maken zoals deze vermeld staat in de Wandelkrant editie 12 Herfst 2015.

Bij de start worden we al gelijk verwelkomd door een vrolijke putter die boven ons hoofd in de boom zit te zingen. Tijdens de wandeling horen we op ieder moment de vele soorten vogels kwetteren, zingen en roepen, waaronder o.a. de koekoek, de kwartel, de fazant etc.. Tijdens onze lunchpauze worden we verrast door een bruine kiekendief op zoek naar zijn prooi.

Dit wat betreft de vogels, maar ook de grote bloemenpracht en de bloeiende struiken o.a. de meidoorn maken deze wandeling de moeite waard.

 

Op veel van de dijken zijn de oude populieren vervangen door frisse nieuwe bomen, hierdoor krijgen planten als fluitekruid weer volop de ruimte. Ook zagen we de grote ratelaar op de dijken.

De meeste dijken worden begraasd door schapen, maar in de buurt van Nisse staan al een aantal jaren Zeeuwse trekpaarden, die zich volvreten aan het sappige gras.

Onderweg komen we veel historische boerderijen tegen vaak gelegen aan een weel.
De rust in het dorpje Nisse is overweldigend, maar het terras is er weer open.
Zelfs op een vrijdag komen we er niet veel wandelaars en fietsers tegen.

Een van de mooiste paden in het heggenlandschap De Poel is de Paardenkerkhofwegeling, waar we langs weilanden wandelen vol met boterbloemen en ruige heggen vol met vogels.

Nog 1 à 2 weken kunnen we van al dit mooie genieten, dan is de bloeiperiode van veel voorjaarsplanten jammer genoeg weer afgelopen. Maar dit gebied geeft in ieder jaargetijde weer een ander zicht en een andere sfeer.

Alle informatie vind je in De Wandelkrant editie 12; Herfst 2015

Ga genieten !!

Het volledige fotoalbum kan je hier doorbladeren.

 

René Luijsterburg